In een uitspraak van 19 juni 2025 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) uitspraak gedaan over een door de gemeenteraad van de gemeente Alphen aan den Rijn vastgesteld bestemmingsplan. Het ontwerpplan zag op drie locaties waarbij de eigenaren van de percelen (hierna: appellanten) ter plaatse van locatie 1 en locatie 2 een composteerinrichting en een biologische drogerij in milieucategorie 3.2 wilden realiseren en de manegeactiviteiten wilden uitbreiden. De gemeenteraad besloot echter naar aanleiding van de zienswijzen van omwonenden en uit ruimtelijke overwegingen het plan enkel vast te stellen voor locatie 3. Appellanten hebben tegen dit besluit beroep ingesteld.
Terinzagelegging memo
Eén van de door appellanten aangevoerde beroepsgronden is dat er ten onrechte een memo – inhoudende aanvullend advies – over de ruimtelijke inpassing van de betreffende ontwikkeling niet aan appellanten, of hun gemachtigde, is toegestuurd. Daarbij wijzen appellanten er eveneens op dat zij niet op de memo hebben kunnen reageren daar deze te laat beschikbaar is gesteld, te weten na het verstrijken van de zienswijzentermijn.
Oordeel Afdeling
In de beoordeling van genoemde beroepsgrond stelt de Afdeling vast dat de memo tot stand is gekomen na de terinzagelegging van het ontwerpplan en dat in de memo advies is uitgebracht over de ruimtelijke inpassing van de voorgenomen ontwikkeling van een composteerinrichting. Daarbij overweegt de Afdeling dat uit de Algemene wet bestuursrecht noch uit enige andere wettelijke bepaling volgt dat de gemeenteraad gehouden is indieners van zienswijzen of initiatiefnemer(s) in kennis te stellen van stukken of gegevens over het plan die na terinzagelegging van het ontwerpplan bekend worden aan de gemeenteraad. De Afdeling voegt daar echter aan toe dat er wel sprake kan zijn van omstandigheden die maken dat – uit het oogpunt van een zorgvuldige voorbereiding van het plan – aanleiding bestaat om betrokkenen in kennis te stellen van dergelijke stukken of gegevens en hen de gelegenheid te bieden om daarop te reageren.
Omdat er ten behoeve van de motivering van de vaststelling van het bestemmingsplan in de plantoelichting wordt verwezen naar de betreffende memo is de Afdeling van oordeel dat de memo mede dragend is. De raad heeft toegelicht dat de memo voorafgaand aan de raadsvergadering van 17 februari 2022 op de website van de gemeente Alphen aan den Rijn is gepubliceerd, maar dat appellanten hiervan niet op de hoogte is gesteld. Gelet op de voorgeschiedenis en de omstandigheid dat appellanten de initiatiefnemer van het plan is, lag het naar het oordeel van de Afdeling in de rede appellanten in de gelegenheid te stellen op de memo te reageren. Dit heeft de gemeenteraad ten onrechte niet gedaan, aldus de Afdeling. Het plan is naar het oordeel van de Afdeling dan ook vastgesteld in strijd met de bij het voorbereiden van een besluit te betrachten zorgvuldigheid.
Tot slot
In sommige gevallen kunnen omstandigheden er – gelet op dit oordeel van de Afdeling – toe leiden dat de zorgvuldigheid vereist dat betrokkenen in kennis worden gesteld van stukken die na de zienswijzentermijn tot stand zijn gekomen.
Neem contact op voor advies
Heeft u nadere vragen omtrent bovenstaande of andere vastgoed gerelateerde vragen? Neem contact met ons op via vastgoed@jurato.nl. Wij helpen u graag.