In de uitspraak van 15 april 2026 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: ‘de Afdeling’) wordt ingegaan op de vraag of er sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding (artikel 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht).
Wat speelde er in deze zaak?
In het besluit van 22 maart 2021 heeft het college van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland (hierna: ‘het college’) goedkeuring verleend aan het hernieuwde acceptatieprotocol van 9 maart 2021 voor baggerdepot De Slufter. Met het acceptatieprotocol wordt de acceptatie van PFAS houdende baggerspecie boven het herverontreinigingsniveau in De Slufter mogelijk gemaakt.
BMN is gevestigd in Waddinxveen en gespecialiseerd in de acceptatie en verwerking van toepasbare baggerspecie, waaronder toepasbare met PFAS houdende baggerspecie. BMN heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 22 maart 2021, omdat zij vreest voor inkomstenderving. Dit bezwaar is door BMN ingediend op 4 mei 2021, maar de bezwaartermijn liep af op 3 mei 2021. Omdat het bezwaarschrift na afloop van de bezwaartermijn is ontvangen, heeft het college het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Het door BMN daartegen ingestelde beroep, is door de rechtbank ongegrond verklaard.
Hoger beroep
In hoger beroep betoogt BMN dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is en voert daartoe aan dat de kennisgeving van het besluit van 25 maart 2021 geen toereikende beschrijving van de zakelijke weergave van het besluit bevat. Volgens BMN volgde uit de kennisgeving niet dat met de goedkeuring van het hernieuwde acceptatieprotocol de reikwijdte van de revisievergunning voor De Slufter werd gewijzigd. BMN hoefde er daarom niet op bedacht te zijn dat dit besluit voor haar werkzaamheden negatieve gevolgen zou hebben.
De Afdeling gaat niet mee in het betoog van BMN. Daartoe overweegt de Afdeling – kort samengevat – dat (i) de kennisgeving een toereikende beschrijving van de zakelijke weergave van het besluit bevat, (ii) van BMN als specialist op het gebied van verwerking van baggerspecie mag worden verwacht dat zij de ontwikkelingen binnen haar vakgebied volgt en alert is op kennisgevingen in het provinciaal blad, (iii) het indienen van een (pro forma) bezwaar was mogelijk, ongeacht of pas na ontvangst van het besluit en bijhorende stukken duidelijk werd welke gevolgen BMN zou kunnen ondervinden van het besluit en (iv) voor zover BMN meent dat voor haar niet direct uit de kennisgeving inzichtelijk was dat zij bezwaar zou willen maken tegen het besluit, dit onverlet laat dat het op de weg van BMN ligt om de wettelijke bezwaartermijn in de gaten te houden.
Volgens de Afdeling heeft de rechtbank terecht geen grond gezien voor het oordeel dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Het hoger beroep is ongegrond.
Een aantal tips naar aanleiding van deze uitspraak
Ben je aan de hand van een kennisgeving van een (ontwerp)besluit niet zeker of en in hoeverre het besluit uw belangen raakt? Dat neemt niet weg dat je gehouden bent aan de geldende termijnen voor het indienen van een zienswijze, bezwaar of beroep.
Een aantal tips naar aanleiding van deze uitspraak:
- Houd de officiële publicaties in de gaten, waarop de kennisgevingen van onder andere besluiten worden gepubliceerd;
- Vraag het besluit en de daaraan ten grondslag liggende stukken op of maak een afspraak voor het inzien daarvan;
- Dien tijdig (!) binnen de daarvoor geldende termijn een zienswijze, bezwaar- of beroepschrift in;
- Ben je er op het moment de bezwaar- of beroepstermijn verloopt niet zeker van of en in hoeverre het besluit uw belangen raakt? Dien dan in elk geval binnen de daarvoor geldende termijn ‘pro forma’ bezwaar of beroep in.
Neem contact met ons op
Heb je vragen naar aanleiding van deze uitspraak of wil je sparren over jouw situatie? Neem gerust contact met ons op.